Project Suriname

Wij hebben een project gehad over Suriname. We deden dit project, omdat Suriname vroeger bij Nederland hoorde. Het was een Nederlandse kolonie. De hoofdstad is Paramaribo. Ze spreken er nog steeds Nederland, maar ook Surinaams. We kennen een paar Surinaamse woorden:

  • Fa waka = hoe gaat het?
  • Me de bun = met mij gaat het goed
  • Gu morgu =  goede morgen
  • Mo syi = tot ziens
  • kow ai = koeienoog

We kunnen ook tot tien tellen in het Surinaams: wan, tu, dri, fo, feyfi, siksi, seybi, ayti, neyti, tin. Het lijkt op Engels. Dat komt omdat Engeland de baas was, voordat Nederland de baas werd.

We hebben veel gehoord over de slavernij. Ze haalden gewoon mensen uit Afrika en die verkochten ze als slaaf. Dan moesten ze hard werken voor de Nederlanders op de plantages en ze kregen er geen geld voor. En als ze niet hard genoeg werkten, kregen ze slaag. De kinderen kregen soms een brandmerk, als ze oud genoeg waren om slaaf te worden. Daar is een liedje over gemaakt en daar maakten ze later een leuk spelletje van, maar eigenlijk was het dus niet leuk in het begin.

Het liedje gaat zo:           Faja si tong, no brong mi so, no brong mi so

A djeng masra Jantje e ki ris oe ma pi tjien

A djeng masra Jantje e ki ris oe ma pi tjien

Het betekent:   Hete steen, brandt mij niet zo, brandt mij niet zo

Opnieuw brengt meester Jantje iemand om het leven.

Als spelletje moet je dan een steentje of een kow ai doorgeven en wie hem heeft als het uit is, die is af.

De slavernij is in 1863 afgeschaft.
De kinderen hebben uniformen aan op school. Ze moeten netjes schrijven, want in Suriname krijgen ze soms nog wel eens een klap als ze stout zijn. Toen Suriname nog van Nederland was, leerden ze de topo en de geschiedenis over Nederland. Dat is dus wel raar, als je in een ander land woont. Suriname werd onafhankelijk in 1975.

Ze hebben in het oerwoud bijzondere bomen, bijvoorbeeld een telefoonboom. Als ze daarop tikken, kun je dat heel ver horen. De kankantrie is een hele hoge boom. Het tuintje waar ze groente en aardappelen en zo verbouwen heet kostgrondje. Kost betekent eten.

Ze hebben vaak huizen op palen en dan kun je daaronder lekker in de schaduw zitten, of liggen in een hangmat. Want het is erg warm in Suriname.

Er leven piranha’s, en slangen, papegaaien, kaaimannnen, kolibri’s en apen en nog veel meer dieren.

In de grond vinden ze bauxiet, waar je aluminium van kunt maken. En er is ook olie en goud in de grond.

De boten zijn gemaakt uit bomen en die heten korjaal. Die zijn heel belangrijk, want er gaan geen wegen naar de oerwouden, maar wel veel rivieren.

In de pauzes keken we telkens naar een aflevering van ‘Taxi van Palemu’. Dat was héél leuk.

Wij hebben een Surinaamse dag gehad als afsluiting van het project. We waren bijna allemaal verkleed. We hebben veel gekookt, zoals gebakken banaan, dat heet bakabana. We hebben ook roti gemaakt en pindasoep. En tussendoor kregen we bananenchips en heel zoet drinken. Dat is allemaal Surinaams. We hadden ook Surinaams fruit. Dat was mango, kokosnoot en papaya. De kokosnoot ging heel moeilijk open, we moesten helemaal met de beitel en de zaak erbij.

Kort samengevat: dit project was héél leuk.

                                                                                                             Wayra, Noor, Mandy en Rosa

Alle foto's kunt u zien door hier te klikken