De schoolwinkel, een dijk van een winkel

Wij denken dat alle jenaplanvaardigheden een plek kunnen krijgen in deze winkel. Dat neemt niet weg dat we uiteraard ook op andere momenten met deze vaardigheden bezig zijn.

De winkel in relatie tot de vaardigheden
Ondernemen: De winkel wordt gerund door de ondernemersraad. Dit is een groep kinderen uit de bovenbouw die onder leiding van een volwassene gaat nadenken over allerlei vragen die met de winkel te maken hebben. Wat voor producten gaan we verkopen? Hoe moet de winkel eruit zien? Welke ‘personeelsleden’ zijn er nodig om de winkel te runnen? Hoe kunnen we goed reclame maken?
Plannen: Om de winkel goed te kunnen runnen moeten kinderen leren plannen. Hoe lang duurt het om een product te maken? Welke producten kunnen we op voorraad houden en welke niet? Deze vaardigheid leren kinderen voornamelijk binnen de ondernemersraad.
Samenwerken: Om in de ondernemersraad te zitten moeten kinderen leren om samen te werken. Wanneer luister je en wanneer praat je? Maar ook om in de winkel te staan moet je kunnen samenwerken. Wie rekent af en wie pakt het cadeau in?
Creëren: In de winkel worden allerlei producten verkocht die door de kinderen zijn gemaakt.
Communiceren en respecteren: Kinderen leren omgaan met klanten op basis van wederzijds respect.
Zorgen: Kinderen leren voor elkaar te zorgen. Voelt iedereen zich comfortabel bij zijn of haar rol in de winkel?
Presenteren, reflecteren en verantwoorden: Ziet de winkel er nog representatief uit? Hoe moet ik me als verkoper presenteren? Om daar antwoord op te kunnen geven moeten de leerlingen in staat zijn om te reflecteren op hun eigen gedrag en op de rol die ze aannemen in de winkel. Ook leren ze om hun gedrag te verantwoorden. Waarom gedraag ik me op een bepaalde manier of waarom juist niet? Welke producten verkoop ik wel en welke niet? Gaan we voor de laagste prijs of gaan we voor duurzaamheid?