Kern 4: huis-weg-bos-tak-hut

In deze kern leert uw kind:

  • Letters: h - w - o - a - u
  • Woorden: huis, weg, bos, tak, hut

De letters i - m - r - v - s – aa - p – e - t – ee - n – b – oo zijn bekende letters geworden.
De nieuwe woorden en letters worden aangeboden aan de hand van een verhaal over oma die met kinderen naar het bos gaat en verdwaalt. Het thema van kern 4 is: ‘ waar ben ik’.

Uw kind leert niet alleen nieuwe woorden en letters maar ontdekt ook steeds meer waar lezen toe dient: je kunt genieten van een verhaal, je kunt informatie opzoeken in een boek of een gids en je kunt elkaar op papier een boodschap doorgeven!


Kern 3: doos-poes-koek-ijs

In deze kern leert uw kind:

  • Letters: d - oe - k - ij - z

  • Woorden: doos, poes, koek, ijs, zeep

  • Herhaling van de letters van kern 1 en 2

Deze nieuwe woorden en letters worden aangeboden aan de hand van een verhaal uit een reuzenboek. In dit verhaal vinden kinderen in een wensdoos telkens een nieuwe verrassing. Het thema van deze kern is ‘Wat zit erin?’

Woorden en zinnen
Steeds meer woorden kunnen worden gelezen. Uw kind leert niet alleen nieuwe letters en woorden, maar oefent deze ook op verschillende manieren.
Een voorbeeld van zo'n oefening is het invullen van letters in woorden waarin een letter ontbreekt. Bij het stukje ‘-en’ kan het kind kiezen uit b, p en r om er een compleet woord van te maken. Het plaatje dat naast het woord afgebeeld wordt geeft aan welk woord bedoeld is (ben, pen of ren).

Uw kind leest ook al korte zinnen:

  • ik eet een vis
  • een kip en een aap
  • tim zit bij een boom


Kern 2: teen - een - neus - buik - oog

In deze kern leert uw kind:

  • Letters: t – n – b – oo – ee
  • Woorden: teen - een - neus - buik - oog

De letters i - m - r - v - s – aa - p – e zijn bekende letters geworden. De letters t – ee - n – b – oo komen daarbij met behulp van de woorden: teen, een, neus, buik, oog. Deze woorden passen bij het thema: ‘Mijn lijf’. Uw kind krijgt deze woorden aangeboden met behulp van een verhaal dat verteld wordt aan de hand van een reuzenboek. In dat verhaal moeten 2 kinderen naar zwemles, maar door een ongelukje komen ze daar niet terecht.

Hakken en plakken
Naast het uitbreiden van de letterkennis, werkt uw kind ook aan de vaardigheden die nodig zijn om te kunnen lezen: woorden in stukjes hakken (letters of klanken) en die stukjes weer aan elkaar plakken tot een woord. Met behulp van de tot nu toe geleerde letters kunnen ook andere woorden worden gemaakt dan bovenstaande woorden, bijvoorbeeld: vaar, kaas, pit, raam, boos. Dat is een ontdekkingsreis met steeds meer ontdekkingen en uitdagingen.



Kern 1: ik - maan - roos - vis

Aan de hand van deze woorden leert uw kind de letters. Deze letters spreekt uw kind uit met hun klank, dus niet met de alfabetnaam van de letters. Uw kind zegt dus mmmmm en rrrrr in plaats van 'em' en 'er'. Het is heel belangrijk dat u dat ook doet!