Kern 10: moeder-geluk-eerlijk

Uw kind leert hoe woorden als 'moe-der', 'ge-luk', 'eer-lijk', 'bui-ten', 'ver-haal', 'schat-tig', 'schui-ven', 'be-doel' en 'hel-ling' worden gelezen. Het ontdekt en leest lettergrepen, die ook wel 'stukjes van woorden' worden genoemd. De leesmoeilijkheden breiden zich uit. Woorden met ieuw, eeuw en uw worden geoefend, woorden als plant en straat komen aan de orde.

Open lettergrepen
Ook maken de kinderen kennis met de open lettergreep (maken, vogel). Het thema daarbij heeft betrekking op ‘verzamelen, museum, tentoonstelling’. Kinderen zullen misschien in de klas ook allerlei verzamelingen mogen maken of presenteren.


Kern 9: bedoel - verhaal - gezin

  • In deze kern maakt uw kind ook kennis met tweelettergrepige woorden: vijver, bakker, kasten, balkon, poedel’. Het zijn nog woorden zonder open lettergreep. Ook komen woorden aan de orde zoals: ‘bedoel’, ‘verhaal’, ‘gezin’.


Kern 8: bank- licht

In deze kern leert uw kind:

  • Woorden: bank en licht

Woorden met 2 medeklinkers vooraan (zoals 'zwaan') en achteraan (bijvoorbeeld 'kast') komen uitgebreid aan bod. Daarnaast oefent uw kind met samenstellingen: Ook leert uw kind woorden met een open klinker achteraan lezen, bijvoorbeeld: 'ga', 'zo' en 'nu' Bovendien leren de kinderen in kern 8 de nk van bank en de ch van licht.


Kern 7: sch-woorden en ng-woorden

In deze kern leert uw kind:

  • Letters: hoofdletters
  • Woorden: 'sch'-woorden, woorden met de 'ng'-klank

Alle letters compleet

In de kernen 1 tot en met 6 heeft uw kind alle letters geleerd. In principe kan het nu eenvoudige eenlettergrepige woorden lezen. Alleen moet het herkennen van woorden nu nog worden versneld en geautomatiseerd. In de kernen 7 tot en met 12 leert uw kind woorden lezen die wat moeilijker zijn. Dit zijn de lastige eenlettergrepige woorden zoals kist, drop, hond, slang, bank, springt, meeuw, ja, zo en woorden van 2 en 3 lettergrepen. Ook oefent uw kind om niet meer spellend te lezen. Die lastige eenlettergrepige woorden worden niet allemaal tegelijkertijd aangeboden en geoefend. Ze zijn verdeeld over verschillende kernen.
In kern 7 komen vooral de sch-woorden aan de orde en woorden met het lettercluster ng (ring). Bovendien maken kinderen al kennis met woorden met 2 medeklinkers vooraan en achteraan (stoel, lamp), woorden met –d en –b achteraan (heb, bad) en samenstelling (zakmes). Ook leert uw kind in deze kern hoofdletters.
Het thema van kern 7 is: schatgraven, avonturen beleven, piraten. Het verhaal waarmee de kern start gaat over het vinden van een schat op een schip.



Kern 6: geit-pauw-duif-ei
In deze kern leert uw kind:

  • Letters: g - ui - au - f - ei
  • Woorden: geit, pauw, duif, ei

Alle letters compleet

In kern 6 leert uw kind de laatste nieuwe letters. Op het eind van deze kern zijn 34 letters aan de orde geweest. Het zijn lettertekens voor alle 34 klanken die in eenvoudige woorden met de combinatie medeklinker-klinker-medeklinker voorkomen. Ook woorden met klinker-medeklinker (uit) of medeklinker–klinker (kei) kunnen kunnen worden gelezen.
De nieuwe woorden en letters worden aangeboden aan de hand van het voorleesverhaal, behorend bij het thema ‘Wat komt er uit een ei?’.
Al vanaf het begin wordt het lezen van woorden en zinnen geoefend. Maar er wordt ook geoefend in het kritisch lezen van zinnen en het begrijpen van de betekenis van zinnen.
Nu alle letters aan bod zijn geweest, wordt het vlot lezen van woorden steeds belangrijker. Met een goede basis kan immers begonnen worden aan steeds moeilijkere woorden en lettercombinaties.



Kern 5: reus-jas-riem-bijl
In deze kern leert uw kind:

  • Letters: eu - j - ie - l - ou - uu
  • Woorden: reus, jas, riem, bijl, hout, vuur

Uw kind kent inmiddels al heel wat letters. De komende weken komen daar nieuwe letters bij: de eu van reus, de j van jas, de ie van riem, de l van bijl, de ou van hout en de uu van vuur.
Het thema van deze kern is ‘verhalen en vertellingen’. De nieuwe woorden worden aangeboden in een verhaal over een verhalenverteller die verhalen vertelt over Sinterklaas.

Uw kind kent nu bijna alle letters. Daarom kunt u in de bibliotheek alle eenvoudige boekjes lenen. De boeken zijn ingedeeld aan de hand van een codering. Boeken voor beginnende lezers krijgen altijd een E-aanduiding op de rug, gevolgd door het AVI-niveau (Start, M3, E3 of M4). Stimuleer de leesvaardigheid van uw kind en zoek samen regelmatig leuke boeken uit!


Kern 4: huis-weg-bos-tak-hut
In deze kern leert uw kind:
  • Letters: h - w - o - a - u
  • Woorden: huis, weg, bos, tak, hut

De letters i - m - r - v - s – aa - p – e - t – ee - n – b – oo zijn bekende letters geworden.
De nieuwe woorden en letters worden aangeboden aan de hand van een verhaal over oma die met kinderen naar het bos gaat en verdwaalt. Het thema van kern 4 is: ‘ waar ben ik’.


Uw kind leert niet alleen nieuwe woorden en letters maar ontdekt ook steeds meer waar lezen toe dient: je kunt genieten van een verhaal, je kunt informatie opzoeken in een boek of een gids en je kunt elkaar op papier een boodschap doorgeven!


Kern 3: doos-poes-koek-ijs
In deze kern leert uw kind:

  • Letters: d - oe - k - ij - z

  • Woorden: doos, poes, koek, ijs, zeep

  • Herhaling van de letters van kern 1 en 2

Deze nieuwe woorden en letters worden aangeboden aan de hand van een verhaal uit een reuzenboek. In dit verhaal vinden kinderen in een wensdoos telkens een nieuwe verrassing. Het thema van deze kern is ‘Wat zit erin?’

Woorden en zinnen
Steeds meer woorden kunnen worden gelezen. Uw kind leert niet alleen nieuwe letters en woorden, maar oefent deze ook op verschillende manieren.
Een voorbeeld van zo'n oefening is het invullen van letters in woorden waarin een letter ontbreekt. Bij het stukje ‘-en’ kan het kind kiezen uit b, p en r om er een compleet woord van te maken. Het plaatje dat naast het woord afgebeeld wordt geeft aan welk woord bedoeld is (ben, pen of ren).

Uw kind leest ook al korte zinnen:

  • ik eet een vis
  • een kip en een aap
  • tim zit bij een boom
Woordjes oefenen
U kunt thuis ook aan de slag met het oefenen van woordjes; door op deze link te klikken vindt u verschillende 'veilig en vlot' wisselrijtjes die horen bij kern 3.
 

Kern 2: teen - een - neus - buik - oog

De letters i - m - r - v - s – aa - p – e zijn bekende letters geworden. De letters t – ee - n – b – oo komen daarbij met behulp van de woorden: teen, een, neus, buik, oog. Deze woorden passen bij het thema: ‘Mijn lijf’. Uw kind krijgt deze woorden aangeboden met behulp van een verhaal dat verteld wordt aan de hand van een reuzenboek. In dat verhaal moeten 2 kinderen naar zwemles, maar door een ongelukje komen ze daar niet terecht.

Hakken en plakken
Naast het uitbreiden van de letterkennis, werkt uw kind ook aan de vaardigheden die nodig zijn om te kunnen lezen: woorden in stukjes hakken (letters of klanken) en die stukjes weer aan elkaar plakken tot een woord. Met behulp van de tot nu toe geleerde letters kunnen ook andere woorden worden gemaakt dan bovenstaande woorden, bijvoorbeeld: vaar, kaas, pit, raam, boos. Dat is een ontdekkingsreis met steeds meer ontdekkingen en uitdagingen.



kern 1: ik - maan - roos - vis

Aan de hand van deze woorden leert uw kind de letters. Deze letters spreekt uw kind uit met hun klank, dus niet met de alfabetnaam van de letters. Uw kind zegt dus mmmmm en rrrrr in plaats van 'em' en 'er'. Het is heel belangrijk dat u dat ook doet!