Zorg voor leerlingen

Onderwijs op maat

We gaan uit van verschillen tussen kinderen: niet alle kinderen kunnen in hetzelfde tempo de leerstof in zich opnemen. Op de Dijkwerkers wordt gestreefd naar onderwijs op maat: het is mogelijk voor een leerling die het programma van een groep niet kan volgen, zich te ontwikkelen op zijn of haar eigen niveau. Dit kan betekenen dat een kind alleen de minimum stof krijgt aangeboden, maar ook dat het een totaal andere leerlijn gaat volgen. 
In de formatie wordt altijd tijd vrijgemaakt voor remediale hulp aan leerlingen. 
Er zijn ook leerlingen die juist erg snel door de leerstof gaan en voor wie wat meer uitdaging gewenst is. Ook hier proberen we op in te spelen door het aanbieden van extra stof of moeilijker stof. Bij de rekenlessen wordt gebruik gemaakt van 'compacten en verrijken".

Als de kennis omtrent leerlingen op school tekort schiet, kan een beroep worden gedaan op de deskundigheid van het samenwerkingsverband “de Streek”. Hier kan onder meer een capaciteiten onderzoek worden aangevraagd. Er wordt altijd in overleg met ouders gehandeld en besloten.
In veel gevallen kan de school de benodigde zorg bieden zodat het kind in zijn/haar eigen omgeving naar school kan blijven gaan. Er kan dan eventueel een “rugzakje”worden aangevraagd. Als de problemen te complex zijn, kan het kind worden geplaatst op een school voor speciaal basisonderwijs.

Leerlingvolgsysteem

Gedurende het hele schooljaar wordt door de leerkrachten geobserveerd in de groep. Ook worden de aan de gebruikte methode gebonden toetsen afgenomen. Daarnaast worden twee keer per jaar in groep 1 t/m 8 de CITO toetsen afgenomen. De resultaten hiervan worden bijgehouden in het leerlingvolgsysteem. Dit systeem geeft inzicht in de vorderingen van een kind op langere termijn. Ook geeft het inzicht in de prestaties op groeps- en schoolniveau.

De resultaten van de CITO toetsen moeten regelmatig worden doorgegeven aan de inspectie van het onderwijs. De scores van een hele groep worden gemiddeld en daarop wordt een voldoende dan wel een onvoldoende beoordeling gegeven voor de “opbrengsten van onderwijs”. In dit systeem kan een school een onvoldoende beoordeling krijgen voor leerrendementen terwijl de zorg voor kinderen met een leerachterstand wel gewaarborgd is.

In november is de voorlopige uitslag bekend van de NIO-toets en NPVJ, die is afgenomen aan het begin van het schooljaar in groep 8. Deze uitslag en de toetsen van ons leerlingvolgsysteem bepalen het advies voor het voortgezet onderwijs.

Rapporten en Contactavonden
 
De bedoeling van het rapport is om ouders inzicht te geven in de ontwikkeling en het niveau van hun kind. Op een vijf-punts-schaal worden de resultaten van het onderwijs aangegeven. Per schooljaar wordt twee keer een rapport meegegeven, in februari en juni .
De kinderen van groep 3 krijgen in november een tussentijds verslag. 
Kleuters die na januari op school zijn gekomen krijgen alleen in juni een rapport. 

Ouders van kinderen die op enigerlei wijze een eigen programma volgen zullen ook tussentijds op school op de hoogte worden gebracht van de vorderingen van hun kind.

In november worden de eerste oudergesprekken gehouden voor alle ouders.
Na het meegeven van de rapporten houden we opnieuw 10-minuten gesprekken. U kunt zich daarvoor inschrijven, maar het kan ook zijn dat u daarvoor een uitnodiging krijgt van de groepsleerkracht.